vrijdag 8 september 2017

Het groene licht voor de Green Card

De tijd vliegt en wij zijn al ruim elf jaar weg uit Nederland. We hebben vier mooie jaren in Duitsland gehad en mochten één jaar van het prachtige Polen genieten. Maar ons hart lag en ligt in Amerika. Wij zijn bezig aan ons zevende jaar in dit (te) gekke land.

Van alle tijd die wij in Amerika hebben gewoond, zijn wij maar anderhalf jaar zogenaamde expat geweest. Expats krijgen veel kosten vergoed door de werkgever. Denk daarbij o.a. aan huisvesting (huur inclusief gas, water en licht) en bijvoorbeeld tickets voor het hele gezin (één of meerdere keren) om van en naar Nederland te reizen. Het geld wat je dan potentieel in je zakken kan houden...

Maar zoals gezegd, wij hebben er alleen in 2004 en 2005 even van genoten, want de rest van de tijd in het buitenland waren we local. De bomen reiken sinds de kredietcrisis niet meer tot in de hemel en dus werden expat contracten uitgekleed of werd je gevraagd te lokaliseren. Hier en daar ontvang je nog wel een tegemoetkoming, maar je moet vooral zelf je boontjes doppen. Zeker als je in dienst bent van een Amerikaans bedrijf.

Om in Amerika te kunnen werken, heb je een werkvisum nodig. Er zijn veel soorten visa en als je gesteund wordt door een bedrijf en er langer dan een jaar in dienst bent, is het niet lastig een tijdelijk visum te krijgen. Tricky aan dit soort visa is dat ze werk gerelateerd zijn. Als je bijvoorbeeld onverhoopt ontslagen wordt, heb je een probleem.  

Vorig jaar kwamen we aan in Amerika op een L1 werkvisum. Op het moment dat we voet op Amerikaanse bodem zetten, hebben we de green card procedure in gang gezet. Een helse klus want de hoeveelheid papieren die je per persoon aan moet leveren om die card aan te vragen, is enorm. We hadden al eens met het bijltje gehakt een kleine tien jaar geleden.

Wij woonden in Texas toen we de green cards voor de eerste keer kregen, maar vertrokken binnen de kortste keren naar Duitsland. In bezit zijn van de green card betekent, dat je belasting afdraagt aan de Amerikaanse overheid. Dat hebben we 3 jaar gedaan terwijl we niet in Amerika woonden en omdat een terugkeer naar Amerika destijds onlogisch was, hebben we met pijn in het hart afstand gedaan van onze green card. 

Bjorn werkte bij een Duits bedrijf, had het er prima naar zijn zin en werkelijk niets wees erop, dat de omstandigheden drastisch zouden veranderen. Nog geen half jaar nadat onze green cards vernietigd waren, kreeg Bjorn een 'offer you can't refuse' bij een Amerikaans bedrijf in Pennsylvania...DANG! 

Via Polen zijn we dan weer teruggekeerd op honk. Het afgelopen jaar was best spannend. De enige bescherming die we hier hadden, was het werkvisum. Als Bjorn onverhoopt ontslagen zou worden of erger nog, zou zijn overleden hadden we een reuze probleem gehad. Zonder hem of zijn baan, zouden we binnen de kortste keren het land hebben moeten verlaten. Met twee veramerikaanste kinderen in de high school leeftijd, is dat niet ideaal. 

Toen twee weken geleden het groene licht kwam dat de green cards verstrekt waren, waren we dus ongelofelijk blij en opgelucht. Als er nu iets gebeurt, hoeven we het land niet uit. Wij kunnen, wat er ook gebeurd, hier blijven tot 2027 en daarna de cards verlengen. Tegen die tijd zullen de kinderen oud genoeg te beslissen of ze Amerikaans staatsburger willen worden of niet. Maar de druk is van de ketel en wie dan leeft, die dan zorgt. 








maandag 17 juli 2017

Trump en waar iedereen het over eens is

Even de balans opmaken na zo'n half jaar Trump. Het maakt niet uit wat hij doet, besluit, zegt of twittert: men lijkt consistent voor òf tegen hem te zijn. Ondanks de polls waaruit blijkt, dat zijn approval rates bijzonder laag zijn, loop ik voornamelijk voorstanders tegen het lijf.

Toen ik onlangs 's avonds met onze hond in het park liep, ontmoette ik een kekke dame op leeftijd die daar ook haar viervoeter uit aan het laten was. Ze was een jaar of zeventig, haren netjes gekapt, witte broek en blauwwit gestreept bloesje erop, oranje Tod's moccasins en een paar knotsen van ringen om haar vingers. Haar luxe witte Mercedes SUV paste precies in het plaatje.

Zoals dat meestal gaat, maak je een praatje met iemand die je tegemoet komt lopen met hond. Ik had nog geen woord met haar gesproken, maar doopte haar witte hondje op afstand al met de naam 'Fluff n puff'. Haar witte schoothondje had duidelijk die dag in de hondensalon doorgebracht. Toen we aan de praat raakten, had ze al snel door dat ik een buitenlandse was.

Ze gaapte enkele keren flink en merkte op dat ze die dag uit Europa terug was gekomen. Honderduit sprak ze over Europa, waar ze allemaal geweest was in de loop van de jaren en dat ze erg onder de indruk was van onze hoofdstad Kopenhagen... Het zal de jetlag geweest zijn. Ik heb er maar niets over gezegd en bovendien, ik kreeg er geen speld tussen.

Er kwam geen einde aan het vermakelijke en voornamelijk eenzijdige gesprek. Haar auto stond ook nog eens geparkeerd naast die van mij, dus er was geen ontsnappen aan. Ze wilde van alles van me weten, maar ik kreeg amper tijd om adem te halen om antwoord te geven. Toen allerlei onderwerpen de revue gepasseerd waren kwam de vraag, wat ik dan toch van Trump vond...

Even hield ze in, omdat ze toch te nieuwsgierig was om te horen wat ik zou zeggen. Van politieke correctheid heb ik geen kaas gegeten en dus antwoordde ik: "That man cannot do anything right". Ze was verrukt van het antwoord en kraaide: "Exactly! He really cannot do anything right in the eyes of the press, don't you get tired of it?!"

Uiteraard liep mijn poging om uit te leggen hoe ik mijn antwoord bedoelde op niets uit, want ze ratelde er na dit 'goede antwoord' weer lustig op los. Ze stond erop mijn telefoonnummer te krijgen en beloofde contact te houden. Wellicht een keertje dineren? Ze gaapte nog enkele malen en besloot toen dat het tijd was om te gaan, ze was toch wel heel erg moe.

Dus kwam ik die dag tot de conclusie dat de voor- en tegenstanders van Trump het over één ding roerend eens zijn: die man kan gewoon niks goed doen. Het is een kwestie van interpretatie en geen fake press die daar een speld tussen kan krijgen.



maandag 26 juni 2017

Verstand komt met de jaren. En verstandskiezen ook.

De mond zorgt voor heel wat heuglijke mijlpalen tijdens de eerste levensjaren van je kind. Het schattige eerste tandje of dat ondeugend uitziende 'fietsenrekje'. Jaren later vol trots een beugel erin en niet al te lang daarna die perfecte glimlach. Alles doorstaan zonder al te veel pijn en ellende.

Maar dan komen de verstandskiezen. Het geluid van het eruit trekken...dat vréselijke gekraak. Het gefoeter van de kaakchirurg, omdat die ene kies niet alleen horizontaal lag maar ook rare uitstekende wortels had. Of de heftige ontsteking die ik kreeg, nadat de tandarts er eentje had verwijderd. Traumatische ervaringen in mijn geval. 

Toen Astrid in maart te horen kreeg dat haar vier verstandskiezen eruit moesten, was ik me ineens weer bewust van die verdrongen hel. In Astrid's geval, alle vier tijdens één ingreep eruit onder algehele narcose. Ze wist niet goed wat haar te wachten stond en ging er dus relatief rustig in. Ook na het bijkomen uit de narcose leek het allemaal wel okay te zijn. 

Maar dan werkt de verdoving uit en zit je met je groggy 17 jarige dochter in de auto op weg naar huis. Ze begint pijn te krijgen en tot overmaat van ramp beginnen de wonden toch behoorlijk na te bloeden. Dit was zichtbaar door de verbandgazen die rood doorbloed uit haar mond hingen. Niet bepaald een foto-momentje voor op sociale media. 

De derde dag is het ergste zeggen ze. En in Astrid's geval was dat helemaal waar. Ze was net een ontplofte hamster die als boksbal was gebruikt. Bont en blauwe, mega dikke wangen. Onherkenbaar. En het was alsof ik weer een baby had. Stond fruithapjes te maken om er toch maar wat vitamines in te krijgen. Ik noemde haar liefkozend Alvin (van de Chipmunks). 

Inmiddels zijn we veel pijnstillers en antibiotica verder en lijken we het ergste te hebben gehad. Die zwartblauwe kaken kleuren langzamerhand groen en geel. De zwellingen nemen af en de hechtingen beginnen te kriebelen. Hoe het ook zij, dit hoeven we niet nog een keertje mee te maken. We zijn er voor eens en altijd van af. 

Hopen we. Mijn moeder heeft rond haar twintigste ook vier verstandskiezen tegelijkertijd laten trekken. Ze heeft er nog nachtmerries van. Toen ze op ruim veertig jarige leeftijd van de tandarts te horen kreeg, dat het tijd werd haar twee verstandskiezen te laten trekken, dacht ze dat hij een geintje maakte. Maar niets was minder waar. 

Ze is inmiddels een aardig eind in de zeventig en nog altijd heeft ze die twee extra verstandskiezen niet laten trekken. Daar piekert ze ook niet over, die gevallen gaan mee haar kist in. Extra verstand komt in geval van mijn moeder dus met de jaren. Ik pas ervoor, dan maar dom.  





donderdag 25 mei 2017

Doe maar (niet) duur

One for the money, two for the show... Oorspronkelijk een Amerikaans kinderrijmpje uit de late 18e eeuw, maar wij kennen het omdat Elvis het zong. Dit liedje kwam onlangs in mij op, toen ik weer eens een vrachtwagen van een exclusief meubelmerk door de buurt zag rijden.

Wij wonen niet in de minste buurt. Allemaal kasten van huizen met een parkje als voortuin en vaak schitterende zwembaden in de achtertuin. De auto's die je in en uit de garages ziet rijden zijn niet voor de poes en vooral die Bentley carbio van schuin tegenover spant de kroon. Met een Range Rover voor de deur ben je hier Jantje (met de nadruk op -tje) Modaal, daar komt op neer.

Als echte Hollanders smijten wij het geld niet over de balk en als we ergens een voordeeltje kunnen halen, zullen we het doen. Getrouwd zijn met een Zeeuw helpt, want 'ons Zeeuwen bin zunig'. Amerikanen zijn daarentegen echte 'spenders' en wie het breed heeft, laat het in veel gevallen graag breed hangen. En die weldaad doet me af en toe gewoon pijn aan de ogen.

Momenteel staan er enkele huizen te koop in onze straat en buurt. De één wil down-sizen en voor een ander is zo'n huis nog niet groot en luxe genoeg. Of er moet bijvoorbeeld worden verhuisd in verband met het werk. Hoe dan ook, als er een bord in de tuin gepoot is dan staat het huis online. Voor mij de uitgelezen kans om eens een keer lekker zonder gêne binnen te gluren...

Wij houden, net als de doorsnee Europeaan, van een wat strakker en moderner interieur dan de gemiddelde Amerikaan. Maar één van onze buren met bord in de tuin maakt er wel ècht een potje van: overal behang in felle kleuren en drukke motieven, veel goud, fluweel, pluche en zelfs een Toscaans beschilderd plafond in een uitbouw: Waldolala zou er jaloers op zijn geweest.

Ik mix schaamteloos a(uthe)ntieke stukken met Ikea spulletjes. Ook diverse grote stukken komen hier van Ikea. Als onze eigen of bezoekende pubers een ongelukje begaan met ketchup of chocolade op de bank, dan zit ik er niet mee. En sinds ik vanaf vorig jaar juli op een Ikea matras slaap, ben ik eindelijk verlost van de rugpijn die ik jaren heb gehad.

De Amerikaan 'op stand' gruwt van Ikea, want dat is voor studenten of voor de lagere inkomens. Nou, laat mij dan maar lekker Ma Flodder in Amerika zijn!














donderdag 27 april 2017

Piswoest over column 'modeziekten' in Volkskrant (Max Pam)

Zojuist las ik de column van Max Pam in de Volkskrant en ik ben werkelijk ziedend. Wéér iemand die schrijft over zogenaamde 'modeziekten'. Het is niet de eerste keer dat ik daar een denigrerend artikel over lees, maar deze raakt me op een of andere manier in mijn ziel.

Hij vindt Sophie Hilbrand een grote narcist, nadat zij op tv erg open is geweest over haar burn-out. Filemon Wesselink krijgt er ook flink van langs. Filemon is een autist maar Max Pam plakt en passant ook nog even het stickertje ADHD op. Wie denkt hij dat hij is, dat hij iemand dit etiketje op kan en mag plakken?!

Het is niet te geloven tegen hoeveel scepsis je oploopt als je een ziekte of aandoening hebt, die volgens bepaalde mensen tussen de oren zit. Krijg je vragen als 'wie heeft die diagnose dan gesteld?' Alsof je dat zelf kan. Nee, daaraan gaan weken, maanden en soms jaren van ellende, frustratie en verdriet aan vooraf.

Maar volgens meneer Pam is het allemaal een modegril. Moeiteloos scheert hij mensen met bijvoorbeeld een whiplash en postnatale depressie over een kam en noemt ze nog net geen aanstellers. De pijn is reëel citeert hij, maar de ziekte niet... Zo lust ik er nog wel een paar.

Zoals je merkt, mijn bloed kookt. Ik zou Max graag eens laten zien hoe iemand, die ik zeer liefheb, worstelt met zo'n zogenaamde modegril. Die iedere dag weer een gevecht moet leveren met zichzelf en de aandoening. En de omgeving probeert uit alle macht te helpen maar een oplossing is niet 1-2-3 gevonden.

Ook schrijft hij, dat bekkeninstabiliteit een modeverschijnsel was in de 90er jaren. Nou meneer Pam, ik kon na de bevalling van de tweede niet eens meer naar de wc lopen in verband met bekkeninstabiliteit. Heb ik nu last van een modieus vooroordeel, dat alleen een domme man zoiets stoms kan opschrijven?

Het schrijven van dit soort columns is naar míjn mening een modeverschijnsel. Met zijn column maakt Max niet alleen mensen met die zogenaamde modeziekten belachelijk, hij trapt ze ook nog eens een keertje na. How low can you go Max...



woensdag 5 april 2017

Geen tien voor taal

Onze kinderen wonen nu driekwart van hun leven het in het buitenland. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor hun moerstaal. Ook al spreken we onderling altijd Nederlands, ze maken genoeg taalfouten en sommige zijn ronduit hilarisch.

De oudste (17 jr) zit in het voorlaatste jaar van High School en heeft bewust gekozen voor het vak Nederlands (5VWO) in plaats van een andere vreemde taal. Zij volgt het lespakket via een onderwijsinstelling op afstand. Haar Nederlands is dus heel behoorlijk. 

De jongste (14 jr) heeft zijn laatste Nederlandse les twee jaar geleden gehad en dat is te merken. Zijn zinsopbouw is Engels en dat klinkt niet altijd even soepel in het Nederlands. Op de juiste (spreek)woorden komen, is voor hem ook niet vanzelfsprekend. 

Jaren geleden kwam hij thuis van school met het verhaal dat hij eierdopjes had gegeten. Het bleek om doperwtjes te gaan. Recentelijk maakte hij de opmerking, dat zijn nieuwe jas geen capuchute had. Toen ik hem verbeterde, zei hij dat hij er soms geen knoop aan kon draaien. 

Oog om oog, tand om tand. Want wij als ouders worden namelijk ook uitgelachen. Als je pas een kwart van je leven in het buitenland woont, dan is de taal die je buitenshuis spreekt namelijk best voor verbetering vatbaar. 

Vaderlief heeft een puike Engelse woordenschat maar zijn accent is tenenkrommend. Mijn accent is volgens de kinderen beter, maar er is nog genoeg bij te schaven. Ik probeer mijn gebrek aan vocabulaire te compenseren met een zo goed mogelijke uitspraak. Tevergeefs. 

Grootste struikelblok is en blijft de th. Niet dat ik het niet kan, maar omdat het in de meeste gevallen een macht der gewoonte is geworden. Een woord dat begint met de th gaat me prima af, maar o wee als de th midden in een woord zit. Net als de meeste Nederlanders, heb ik van die th ooit een zachte d gemaakt. 

Laatst sprak ik een Amerikaanse, die Florence (Italië) zou gaan bezoeken. Ik raadde haar aan de 'ledder market' te bezoeken. Toen ik sprak over de mooie tassen en riemen, zei ze "Oh, you mean leather market". Alsof de kinderen me niet al duizend keer hebben gezegd: "Mam, het is niet 'wedder' maar weather". 

Maar hé, ik zeg in elk geval niet als een echte Hollandse wie-fie!

maandag 20 maart 2017

(Eigen)wijze kinderen

Vaak besef ik me niet, hoeveel impact het internationale leven heeft op onze kinderen van respectievelijk 17 en 14 jaar oud. Hoe je het ook wendt of keert, ze hebben toch meer meegemaakt en gezien van de wereld dan een doorsnee kind.

Het is voor hen heel normaal om om te gaan met mensen uit alle windhoeken van de wereld. Ze begrijpen als vanzelfsprekend, dat andere mensen er andere meningen op na kunnen houden. En ik vind het heel normaal, dat onze kinderen heel politiek geïnteresseerd zijn en overal van alles af willen weten.

Het klinkt als een groot voordeel en dat is het vaak ook. Maar soms heeft het ook nadelen. Het nieuws glijdt niet langs hen af, maar grijpt ze soms naar de strot. Toen er onrust ontstond op de vliegvelden in verband met Trump's immigratieban merkten beide (onafhankelijk van elkaar ) op, dat ze het hier in Amerika heel erg eng begonnen te vinden.

Met Trump aan het roer is de Amerikaanse politiek een geliefd onderwerp om over te praten. En al hebben ze feitelijk geen herinneringen meer aan Nederland, wat er zich daar afspeelt interesseert ze ook. Ze vonden het geweldig, dat ik mijn stem had uitgebracht vanuit het buitenland tijdens de Nederlandse verkiezingen. Of Wilders de grootste zou worden, werd met grote interesse gevolgd.

De jongste is een spons als het aankomt op politiek. Veel vragen, lezen, luisteren en erover discussiëren. De oudste is dat tijdperk voorbij. Zij vindt het de hoogste tijd dat er in Nederland een keer een vrouwelijke minister president komt. Een aangezien die er nog nooit is geweest, wil zij wel de eerste worden. Ze merkte daar fijntjes bij op, dat ze dat ook prima zou kunnen.

En daar ga ik dan maar niet tegenin. Jaren geleden eiste ze als kleine hummel, dat ik de zijwieltjes van haar fietsje afhaalde. "Zonder kan jij niet fietsen, Astrid". "Dat kan ik wel, mama". Na dagen onophoudelijk doordrammen werd ik pissig en haalde die verrekte wieltjes eraf. Ze was drie jaar en twee maanden en fietste zonder enig probleem weg. Moeder had haar lesje geleerd.

Toen dan nog niet wereldwijs, maar wel stronteigenwijs. Dat brengt je nog eens ergens.